Is 1 ms echt 1 ms? wat fabrikanten bedoelen
Wanneer een fabrikant “1 ms” claimt, is dat meestal een antwoord op een specifieke meetmethode. De twee belangrijkste termen die je tegenkomt zijn GTG (gray-to-gray) en MPRT (moving picture response time). GTG meet hoe snel een pixel verandert van een grijstint naar een andere; MPRT meet hoe lang een bewegend object op het scherm zichtbaar blijft — vaak gekoppeld aan strobing of backlight-strobe technologieën. Beide cijfers meten verschillende eigenschappen en zijn niet direct vergelijkbaar.
Daarnaast beïnvloeden paneeltype en elektronica de resultaten. TN‑panelen halen sneller GTG-tijden dan IPS of VA, maar moderne IPS-panelen met agressieve overdrive-instellingen kunnen ook zeer lage GTG-scores bereiken, vaak met het risico op overshoot (inverse ghosting). Voor achtergrondinformatie over paneelverschillen zie paneeltypes en beeldkwaliteit.
Responstijd versus inputlag: wat je echt voelt
Responstijd en inputlag worden vaak door elkaar gehaald, maar ze zijn verschillend. Responstijd beschrijft de pixelreactie en bepaalt hoeveel bewegingsonscherpte of ghosting je ziet. Inputlag is de tijd tussen je muis-/toetsinput en het moment waarop die actie zichtbaar is op het scherm. Voor competitieve gamers is inputlag cruciaal; voor visuele scherpte telt responstijd. Wil je meer over beide lezen, bekijk dan responstijd en ghosting en resolutie en verversingssnelheid voor context.
Wat heb je thuis nodig om te testen?
Je kunt al betrouwbare indicaties krijgen met betaalbare middelen. Deze setup werkt goed:
- Een smartphone of camera die hoge frame rates kan filmen (240 fps of hoger is ideaal).
- Toegang tot de TestUFO motion tests (zoek online naar "TestUFO" of gebruik de Motion Tests op je browser).
- Een muis met zichtbare LED of een klein extern LED-lampje om input-event synchroon vast te leggen.
- Een stabiele omgeving: vaste refresh-rate, dezelfde resolutie en uitgeschakelde beeldverbeteringen.
Voor nauwkeuriger hardwaremetingen bestaan er tools zoals de Leo Bodnar input lag tester of een fotodiode + oscilloscoop, maar die zijn niet noodzakelijk voor een bruikbare thuistest.
Stappenplan: zo meet je responstijd met een high‑speed camera
Deze methode meet voornamelijk de zichtbare bewegingsonscherpte en artefacten:
- Stap 1: instellingen terugzetten. Zet de monitor op de maximale verversingssnelheid, stel native resolutie in en zet adaptive sync uit (G-Sync/FreeSync uit) om vaste condities te krijgen. Schakel alle motion smoothing en extra beeldverwerking uit. Zie ook adaptive sync-technologie voor uitleg wanneer je die juist wel of niet wilt gebruiken.
- Stap 2: kies de TestUFO-moving tests. Open de Motion Test of Blur Busters test in je browser en kies de bewegingssnelheid die bij je gamestijl past (bijvoorbeeld 960 pixels/s voor snelle FPS‑actie).
- Stap 3: film het scherm. Richt je high-speed camera op het scherm en zorg dat één van de bewegingen of strobes goed in beeld is. Als je muis een LED heeft, film dan tegelijk de LED en het scherm om input-visualisatie te synchroniseren.
- Stap 4: analyseer de frames. Tel het aantal frames dat de bewegende UFO zichtbaar is of meet de lengte van de ghosting-trail. Bij 240 Hz is elk frame ~4,17 ms; bij 144 Hz is elk frame ~6,94 ms. Hierdoor kun je een ruwe MPRT/blur-inschatting maken.
Wat zoekt u in de opname?
Let op de lengte van beeldsporen (ghosting), aanwezigheid van dubbele randen (overshoot) en of strobing zichtbaar flikkert. Een korte trail en geen inverse artefacten geven een betere responstijd zonder overshoot. Als je strobing gebruikt (ULMB/ELMB), kun je een opvallend korter MPRT zien — maar die techniek werkt vaak alleen bij specifieke refresh-rates en heeft nadelen zoals helderheidsverlies.
Andere nuttige tests en hulpmiddelen
Naast camera-opnames kun je:
- Gebruikmaken van online inputlag-tests die je toetsenbord/muis-synchronisatie vergelijken, hoewel die minder accuraat zijn dan hardwaretesters.
- Vergelijken met reviews die GTG- en MPRT-metingen laten zien; onafhankelijke reviewers gebruiken vaak fotodiodes en gespecialiseerde meetapparatuur.
- Experimenteren met overdrive-instellingen (vaak Off, Normal, Extreme) om te zien waar overshoot en ghosting het minst zichtbaar zijn.
Veelvoorkomende valkuilen en interpretatie
Een opgegeven “1 ms” is vaak onder ideale omstandigheden of gebaseerd op agressieve overdrive. Dat kan voor overshoot zorgen, wat soms storender is dan iets langere responstijden. Ook zorgt adaptive sync ervoor dat frames en refresh-rate variëren, wat metingen complexer maakt. Kabels en poorten (bijvoorbeeld DisplayPort versus HDMI) kunnen bandbreedte of instellingen beïnvloeden — check kabels en aansluitingen.
Praktische aanbevelingen
Als je wilt weten of de 1 ms claim relevant is voor jouw ervaring:
- Meet zoals hierboven en vergelijk visueel in je favoriete games.
- Zorg dat overdrive correct staat om inverse ghosting te voorkomen.
- Lees reviews met onafhankelijke metingen en bekijk paneeltype-vergelijkingen (paneeltypes en beeldkwaliteit).
- Wil je echt competitief voordeel, kijk dan ook naar inputlagmetingen en netwerkinstellingen — een lage responstijd helpt, maar inputlag en framesnelheid zijn doorslaggevend.
Conclusie
“1 ms” is geen magisch getal dat altijd letterlijk één milliseconde betekent; het hangt af van meetmethoden (GTG vs MPRT), paneel en instellingen. Met relatief eenvoudige middelen zoals een high‑speed camera en de juiste testpagina’s kun je thuis een goede indruk krijgen van hoe jouw monitor presteert in de praktijk. Experimenteer met overdrive en strobing, vergelijk resultaten en lees onafhankelijke tests om te bepalen wat voor jouw gamesessies het beste werkt. Als je je instellingen eenmaal geoptimaliseerd hebt, zul je merken dat kleine verbeteringen in helderheid en scherpte vaak meer impact hebben dan een opgegeven milliseconde op papier.
Wil je verder trainen met je nieuwe instellingen? Kijk dan naar praktische guides zoals Zo optimaliseer je monitorinstellingen voor aim‑trainingsoftware of leer hoe je profiteert van hogere verversingssnelheden in Van 60Hz naar 240Hz.